|
|
De Karper voorbij "In "De karper voorbij" schetst Joris Weitjens (1960) en waarachtig en literair beeld van een hengelaar in een veranderende wereld. De elf min of meer afzonderlijke verhalen worden bijeengehouden door de bespiegelingen van de ik-figuur over zijn leven, de karpers en de hunkering naar de waterkant. Aan het begin van zijn Gooische jeugd verbindt de
ik figuur z'n lot aan het bestaan van ongenaakbaar grote karpers. In z'n hang
naar heldendaden creëert hij een eigen wereld met wetten waaraan zelfs zijn
toenmalige vismaat niet lang kan voldoen. Dan begint de worsteling met de vraag
of die lotsverbondenheid met de karper geen vergissing is. Hebben de jongens met
hun stoere spijkerjackies immers niet de kortste weg naar het geluk? De spanning
en twijfel die dit oproept vindt z'n ontknoping in het verhaal 'Na het Naeffje',
waarin Joris de bodem van z'n 'verkarperde' leven ervaart.
|
|
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||